Choose your country
MENNEKES
Mennekes Typ 2 Mode 3 Ladekabel spiralisiert lädt ein Elektroauto

Woordenlijst

Woordenlijst eMobility: technische termen kort uitgelegd

In onze eMobility-woordenlijst vindt u korte uitleg van veel technische termen. 
 
We hebben ook veel vragen en onderwerpen over elektromobiliteit voorbereid in onze FAQ's. Hier zijn de veel gestelde vragen. 
 
Om u praktisch te helpen met de MENNEKES-laadsystemen, hebben we ook tal van instructievideo's gemaakt voor onze partners uit de elektrobranche.

A

Aardlekschakelaar RCCB 

RCCB, van Engelse aardlekschakelaar, ook wel aardlekschakelaar genoemd, zijn de meest gebruikte apparaten uit de bovengeschikte groep aardlekschakelaars (RCD, van het Engels. Residual Current Device). Aardlekbeveiligingen in alle uitvoeringen schakelen de spanning uit bij gevaarlijk hoge aardlekstromen en leveren zo een belangrijke bijdrage aan het verminderen van levensbedreigende elektrische ongevallen in laagspanningsnetten. Ze zijn stroomopwaarts van de overstroombeveiligingsapparaten in stroomkringverdelers aangesloten. Er is ook de combinatie in de vorm van de RCBO, die de functie van de aardlekschakelaar en de stroomonderbreker in één apparaat combineert. 

ACU (Accounting Controle-eenheid) 

Besturingseenheid voor het koppelen van maximaal 16 laadpunten, d.w.z. SCU (Socket Control Units) of AMTRON® Premium, en voor het verbinden van deze laadpunten met een backend via mobiele communicatie. In Smart laadstations en de eMobility Gateway is een ACU geïnstalleerd.

AFID - Richtlijn inzake infrastructuur voor alternatieve brandstoffen 

Richtlijn over de ontwikkeling van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (2014/94/EU) 

ALS (aardlekschakelaar) 

Officiële aanduiding voor aardlekschakelaars 

APN (naam toegangspunt) 

Toegangspunt tot een mobiel GPRS-netwerk. Gebruikt voor een mobiele verbinding via SIM. De mobiele operator verstrekt deze gegevens.

 

B

Back office 

Datamanagementsysteem voor het aansturen en beheren van de laadinfrastructuur. Aansluiting van de laadpalen via Open Charge Point Protocol (OCPP). Een back office biedt functies voor laadinfrastructuurbeheerders (charge point operators – CPO), laadpas aanbieders en e-mobility service providers (MSP). 

BEV (batterij elektrisch voertuig) 

Een elektrisch voertuig dat uitsluitend door een batterij in combinatie met een elektromotor wordt aangedreven. Het is plaatselijk emissievrij. 

Bidirectioneel laden (V2G)

Tweezijdig laden. Een elektrisch voertuig wordt opgeladen, maar kan ook ontladen worden. Dit kan het elektriciteitsnet of het elektriciteitsnet van het pand ondersteunen/ontlasten. 

C

CCS (Gecombineerd laadsysteem) 

Er wordt bedoeld AC-laden en DC-laden via dezelfde voertuiginlaat - dus een "gecombineerd laadsysteem". Plug-apparaten zijn type 2 en combo 2, evenals type 1 en combo 1. In de omgangstaal wordt "CCS" vaak alleen gebruikt voor DC-laden om een ​​verschil met het CHAdeMO-laadsysteem aan te tonen. 

C

Een C in een 6-hoek is de grafische weergave van Europese markering/label voor een laadpunt met een type 2 connector conform DIN EN 17186 - Identificatie van voertuig- en infrastructuurcompatibiliteit - van klantinformatie voor de energievoorziening van elektrische voertuigen)  

CHAdeMO 

Een laadsysteem voor gelijkstroomladen van elektrische voertuigen. Oorspronkelijk ontwikkeld in Japan. Een voertuig met CHAdeMO moet een extra inlaat hebben geïntegreerd voor AC-laden (type 1 of type 2). 

Charge (oplaad)-app 

De Charge webtool wordt gebruikt om de data van de  AMTRON® Professional  en AMTRON® wallboxen uit te lezen. 

Chargecloud 

Dochteronderneming van MENNEKES, RheinEnergie en Powercloud. Het product is een backoffice als Software-as-a-Service (SaaS)-oplossing voor het exploiteren van laadinfrastructuur. 

Combi 1 

Laadconnector gebaseerd op Type 1 (IEC 62196). De ingang maakt ofwel AC-laden mogelijk met Type 1-voertuigconnector (1-fase) of DC met Combo 1-voertuigconnector. 

Combi 2 

Laadconnector gebaseerd op Type 2 (IEC 62196). De ingang maakt ofwel AC-laden mogelijk met een type 2-voertuigconnector (3-fase) of DC met een Combo 2-voertuigconnector. 

CP (besturingspiloot) 

Benaming van het connectorcontact aan de laadstekker waarlangs de communicatie-informatie wordt verzonden.  

CPO (Charge Point Operator)  oftewel laaddienstverlener 

De CPO is de technische beheerder van laadinfrastructuur. 

CSS 

Combined Charging System

D

DHCP 

Dynamic Host Configuration Protocol

DLB 

Dynamic Load Balancing 

DLM 

Dynamic Load Management 

DNS 

DNS is de koppeling tussen de browser en de website die u bezoekt. DNS werkt als een vertaalsysteem dat een domeinnaam zoals yourhosting.nl omzet naar een reeks nummers: een IP-adres. Elke website heeft een IP-adres. Uw computer leest deze IP-adressen en toont zo de juiste website.

Downgraden van invoer 

Een externe ingang om de maximale laadstroom te begrenzen. 
Zo wordt het vaak gebruikt bij (thuis)energiemanagement en/of als input voor een stuursignaal van de energieleverancier of netbeheerder. 

E

ECU (elektronische regeleenheid) 

Een verzamelnaam voor laadpuntregelaars. Er zijn verschillende versies. Het is onderdeel van de  AMTRON® Professional, AMEDIO Professional of AMTRON® Compact. 

EE-Bus interfaces 

Met EE-Bus kunnen (energiemanagers en -verbruikers in) elektrische netwerken met elkaar communiceren. Van de elektriciteitscentrale tot het stroomnetwerk bij u thuis. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de balans tussen vraag en aanbod, maar ook met het type apparaat dat de stroom levert of nodig heeft.

eMobility-gateway 

Er kunnen maximaal 16 laadpunten, d.w.z. SCU (Socket Control Units) of AMTRON® Premium, op de gateway worden aangesloten. Naast de koppeling met een backend biedt de eMobility Gateway ook lokaal laadbeheer voor de aangesloten laadpunten. 

EMS 

Energy Management System 

EVSE 

Electric Vehicle Supply Equipment

EVSE ID 

Een EVSE ID is een uniek nummer dat wordt toegekend aan een laadstation. Dit nummer wordt op het platform vermeld en dient ter identificatie voor het verlenen van support.

F

FCBEV (brandstofcelbatterij elektrisch voertuig) 

Een brandstofcelvoertuig dat energie opwekt uit waterstof in een tank. Hierdoor is het voertuig lokaal emissievrij, net als een BEV.

G

GPRS (General Packet Radio Service) 

Pakketgeoriënteerde dienst voor de overdracht van gegevens in mobiele radionetwerken. 

GUI (Grafical User Interface) 

Grafische gebruikersinterface

H

HAK (huisaansluitkast) 

Met of in deze kast wordt de openbare stroomnetaansluiting aangesloten en beveiligd. De huisaansluitkast is het netwerkoverstappunt van een aangeslotene. Bij MENNEKES bijvoorbeeld geïntegreerd in Smart laadstations. 

HCC3 (thuislaadcontroller 3) 

Controller voor het aansturen van het laadproces en de communicatie met het voertuig (bij mode 3 laden). Wordt geïnstalleerd in de AMTRON® Trend-, Xtra- en Premium-wallboxen. 

HEV of PHEV (plug-in hybride elektrisch voertuig) 

Een voertuig met verbrandingsmotor en een kleine batterij. Het voertuig heeft meestal maar een korte puur elektrische actieradius. PHEV kan van buitenaf worden opgeladen met een laadstation. HEV's hebben geen stekkeraansluiting voor het opladen van de accu.  

HMI (Human Machine Interface) 

Een interface tussen machine en mens, bijv. LED's, symbolen, platte displayweergave, knoppen, schakelaars, sleutelschakelaars, RFID, apps, enz.

HTTP 

Hyper Text Transfer Protocol 

I

ICCB 

In Cable Control Box

IC-CPD (in kabelbediening en beveiligingsapparaat) 

De voorheen ook in de laadkabel liggende schakelkast, kortweg ICCB, is een in de laadkabel geplaatste voorziening (type 1 of Europa type 2) voor het opladen van elektrische voertuigen aan stopcontacten die daar niet speciaal voor zijn ontworpen. Het apparaat neemt bij aansluiting op het stroomnet beveiligings- en communicatiefuncties over, die anders door het laadstation worden overgenomen. 

iOS 

Besturingssysteem voor Apple-apparaten

IP 

Internet Protocol 

ISO 15118 

Standaard voor hoogwaardige communicatie van een elektrisch voertuig met de laadpaal. Gebaseerd op Power Line Communication Technology (PLC). Verplicht voor DC-laden met een Combined Charging System (CCS), optioneel voor AC-laden.

J

JSON 

Java Script Object Notation

K

kW 

Kilowatt (= 1000 W) vermogen van apparaat of voertuig

kWh 

Verbruik, kW per uur van apparaat of bij batterij de opslag capaciteit

L

Laadmodus 

Laadmodus 1 is opladen van een elektrische auto zonder enige vorm van communicatie en wordt in Nederland niet of nauwelijks gebruikt; Laadmodus 2 is opladen van een elektrische auto waarbij de communicatie en veiligheid tussen de accu en de elektrische huisinstallatie is gewaarborgd door een In Cable Control Box (ICCB) die opgenomen is in de laadkabel. De ICCB is de mobiele beveiliging waar de communicatie naar de elektrische auto in is begrepen. Een ICCB controleert of de elektriciteitsvoorziening goed werkt. Daarnaast staat een ICCB alleen stroomafname van een veilige (geaarde) elektriciteitsbron toe. De ICCB geeft een foutmelding bij storingen; Laadmodus 3 is de laadmodus waarbij de communicatie met het voertuig wordt verzorgd door Pulse Width Modulation (PWM) in het laadstation. PWM dient als een digitale volumeknop voor de laadsnelheid. In laadmodus 3 wordt de maximaal toegestane laadstroom tussen het voertuig en laadpaal afgestemd. Ook de laadkabel wordt hierin meegenomen. Hierdoor kan worden gecommuniceerd tussen de laadvoorziening en de auto over de maximale laadsnelheid; Laadmodus 4 is de snellaadmodus. In tegenstelling tot laadmodi 1 t/m 3 bepaalt de laadvoorziening hierin zelf het laadproces.

Laadpunt 

Aansluitpunt c.q. stopcontact bij het laadstation voor het opladen van het voertuig. Een laadpaal kan één of meerdere laadpunten hebben. 

LAN/ NTP 

Local Area Network / Network Time Protocol 

(last)schakelaar 

Elektromechanische schakelaar voor hoog elektrisch vermogen met twee schakelstanden.

Load Balancing 

Functie voor het verdelen van de maximaal beschikbare energie naar de aangesloten laadpunten. Er zijn verschillende distributie-algoritmen. Het doel is altijd om alle voertuigen zo snel mogelijk op te laden zonder de bestaande stroomaansluiting te overbelasten.

LS (installatie automaat) 

In de volksmond ook zekering of automatische stroomonderbreker van het elektrische circuit. 

M

MCB 

Miniature Circuit Breakers  (installatieautomaat) 

MID 

Dit is in Nederland ook wel bekend als “Meetinstrumentenrichtlijn”. Uw energiemeter meet de afgenomen stroom in kilowatt per uur, die je vervolgens betaalt aan de energie maatschappij. Wanneer je kWh meter voldoet aan de MID certificering betekent dit dat de energiemeter de juiste waarde aangeeft en geschikt is voor afrekening van laadkosten. 

Modbus RTU of Modbus TCP 

Modbus = protocol voor datatransmissie tussen apparaten. Wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het uitlezen van meters of voor communicatie tussen energiebeheer en laadstation. RTU = 2-draads aansluiting. TCP = Verbinding via TCP- of Ethernet-netwerk.  

Modbus TCP-client/server 

Client/Server-architectuur. Modbus TCP/IP is een client/server-protocol voor de verbindingsgerichte, veilige uitwisseling van procesgegevens. Dit biedt een hoge mate van flexibiliteit voor decentrale automatiseringsarchitecturen. 

Mode 2 oplaadkabel 

Elektrische voertuigen worden vaak opgeladen aan huishoudelijke of CEE-stopcontacten met hoog vermogen. Deze laadmodus 2 is gedefinieerd in DIN EN 61851-1. Deze stopcontacten missen echter de veiligheidsvoorzieningen die worden aanbevolen voor het opladen van elektrische voertuigen. Een zogenaamde IC-CPD neemt deze controle- en beveiligingsfuncties over en maakt zo mode 2-laden met beperkt laadvermogen mogelijk. Omdat de stopcontacten en de bijbehorende installatie vaak niet zijn ontworpen voor regelmatig, permanent opladen, worden mode 2-laadkabels vaak ook wel "noodlaadkabels" genoemd.  

Mode 3 oplaadkabel 

Laadmodus 3 is gedefinieerd in DIN EN 61851-1 en beschrijft het opladen van het elektrische voertuig aan een laadstation. Een laadkabel die een auto verbindt met een laadpaal, wandlaadpaal of wallbox. 

MQPeM (MENNEKES kwaliteitspartner eMobility) 

Als geschoolde MENNEKES kwaliteitspartner voor eMobility profiteert u van onze marketingmaatregelen, breidt u uw dienstenaanbod uit en creëert u lucratieve extra business in een dynamisch groeiende markt!

MSP (Mobiliteitsdienstverlener) 

De stroomaanbieder of de eMobility-dienstverlener. In het elektromobiliteitsrolmodel heeft de MSP of EMP de eindklantrelatie. Zie ook EMP.

N

Netwerk beheerder 

Is verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet  en verzorgt de distributie van energie in zijn gebied. Kan naleving van technische regels en richtlijnen eisen.

O

OCA (Open Charge Alliantie) 

Zij ontwikkelt het OCPP. 

OCPI (Open Charge Point Interface Protocol) 

Een open en online roamingprotocol. De OCPI ondersteunt verbindingen van MSP met EV-rijders als klant en laadpuntbeheerders (CPO) die de laadstations beheren. 

OCPP (Open Charge Point Protocol) 

Communicatieprotocol voor communicatie tussen gebruikers in een centraal verwerkingssysteem (back office).

Operator maximum laadstroom 

De maximale stroom die door het laadpunt wordt gegeven aan de auto. Deze waarde kan door het backoffice worden gewijzigd.

Overtollig (overschot) laden 

Een functie van opladen door zonne-energie. De overtollige energie, die met behulp van een zonnestroom systeem wordt verkregen, kan in de auto worden ingevoerd. 

P

PHEV (plug-in hybride elektrisch voertuig) 

Een auto die gebruik maakt van een middelgrote accu in combinatie met een verbrandingsmotor. De middelgrote accu heeft doorgaans een actieradius van rond de 50 km. Nieuwe modellen van Mercedes maken ongeveer 90 - 110 km. Dat is genoeg voor meer dan 80% van alle dagelijkse verplaatsingen. 

PLC (Power Line-communicatie) 

De communicatie-informatie (datapakketten) wordt als signaal gemoduleerd op de bestaande elektrische leidingen. Deze technologie wordt bijvoorbeeld gebruikt in het laagspanningsnetwerk om een ​​lokaal netwerk voor datatransmissie op te zetten. Op het gebied van elektromobiliteit gebruikt ISO 15118 Powerline-technologie om communicatie op hoog niveau tussen het voertuig en het laadstation te implementeren. 

PnC (Plug and Charge) 

Een centrale functie van de ISO 15118-communicatie tussen voertuig en laadstation is "Plug and Charge". De auto authenticeert zich automatisch bij het laadstation. De chauffeur hoeft alleen maar in te pluggen en geen app of RFID-kaart te gebruiken. De auto onderhandelt over de prijs en begint met opladen. Hiervoor heeft de bestuurder zijn gebruikersgegevens vooraf al een keer in het voertuig opgeslagen. Voor de implementatie moeten het voertuig en het laadstation PnC ondersteunen. Bij de meeste toepassingen (bijv. openbaar laden) zijn uitgebreide backend- en roamingverbindingen van de voertuigen en laadstations vereist.  

PP (Proximity-piloot) 

Dit contact in de laadstekker wordt gebruikt om vast te stellen of de stekker van de laadkabel in het stopcontact van het laadstation zit. Aan de voertuigzijde wordt gedetecteerd dat de voertuigkoppeling in de inlaat is gestoken. Een weerstandscodering in de stekker kan door het laadsysteem worden uitgelezen en gebruikt om de actuele capaciteit van de laadkabel te bepalen. 

PV (photovoltaïsch) - zonnepanelen 

Photovoltaïsche systemen / zonnepanelen worden gebruikt om duurzame elektriciteit op te wekken. Zogenaamd opladen via zonne-energie wordt vaak genoemd in verband met elektromobiliteit. Dit betekent dat het opladen afhankelijk is van uw eigen energieproductie. 

PWM (Pulse Width Modulation) 

Proces voor het coderen en verzenden van informatie via blokgolfpulsen. Gebruikt bij het opladen van elektrische auto's voor communicatie tussen het elektrische voertuig en het laadstation via de MENNEKES / Type 2 laadkabel.

R

RCCB 

Residual Current Circuit Breaker (aardlekschakelaar) 

RCD 

Residual Current Device oftewel aardlek beveiligingsschakelaar  

REX (Range Extender) 

Een BEV wordt ondersteund door een kleine verbrandingsmotor. Hiermee kan de batterij worden opgeladen. 

RFID (Radio Frequentie Identificatie) 

Methode voor draadloze identificatie van objecten via transponders met behulp van een unieke identifier. Bij het opladen van elektrische voertuigen worden RFID-laadkaarten veel gebruikt voor autorisatie bij het laadpunt. RFID-transponders met de volgende standaard worden het meest gebruikt: ISO 14443A / MIFARE classic, MIFARE DESFire. 

RJ-45 

Stekkerverbinding, bijv. voor Ethernet-verbinding.

RTU 

Remote Terminal Unit (RTU) voor eenvoudig en betrouwbaar bedienen op afstand. De smart RTU is een modulaire op afstand bediende oplossing voor verschillende toepassingen in energienetten. De RTU zorgt voor een transparante verwerking en beschikbaarstelling van status- en resultaattijdinformatie.

RS-485 

Interfacestandaard voor digitale, seriële gegevensoverdracht. 

S

Scheeflastbegrenzing in onbalans 

Een ongebalanceerde belasting betekent een a-symetrische belasting in een driefasig netwerk. 
 
In de praktijk ligt de oorzaak bijvoorbeeld bij enkelfasige laadvoertuigen, die bij hoge laadstromen de voeding ongelijkmatig kunnen belasten. 

Schuko 

Schutz Kontakt benaming voor stekkers en contactdozen  

SCU (Socket-besturingseenheid) 

Toestel voor het aansturen van een laadpunt. Er kunnen maximaal 16 SCU's in een netwerk worden opgenomen met een ACU of de eMobility Gateway. 

SEMP 

Swiss-Europe mobility programme 

SFTP 

Secure File Transfer Protocol 

SIM 

Subscriber Identity Module

Slimme meters 

Een intelligente meter die digitale data ontvangt en is geïntegreerd in een communicatienetwerk.

SOAP 

Simpel Object Access Protocol

SOC (State of Charge) 

Laadtoestand van de accu van het voertuig. 100% = volledig opgeladen batterij.

SSL 

SSL staat voor Secure Sockets Layer, en SSL-certificaten. Ze worden gebruikt om een versleutelde verbinding op te zetten tussen een browser of computer.

STP 

Shielded Twisted Pair 

T

TCP 

Transmission Control Protocol 

THD (totale harmonische vervorming) 

In de context van signaalanalyse is de totale harmonische vervorming een indicatie die wordt gebruikt om de grootte van de netvervuiling aan te geven. 

TLS 

TLS staat voor Transport Layer Security en is een verbeterde en veiligere versie van SSL.

U

UMTS (Universeel Mobiel Telecommunicatiesysteem) 

Mobiele radiostandaard voor gegevensoverdracht. 

URL 

Uniform Resource Locator

UTC 

Universal Time Coordinated

UTP 

Unshielded Twisted Pair 

V

V2G 

Vehicle to Grid: communicatie-interface definieert voor het in twee richtingen opladen/ontladen van elektrische voertuigen. De norm voorziet in meerdere use cases zoals beveiligde communicatie, slim opladen en de Plug & Charge-functie die door sommige netwerken voor elektrische voertuigen wordt gebruikt.

W

WAN 

Wide Area Network

WLAN 

Wireless Local Area Network